La Lys

 


De natte continu

handen

Getuigenis natte continu

 

 

De natte continu is het beruchtste bewerkingsproces uit de vlasfabriek.
De linten die van de kaarders kwamen werden naar de spinnerij gebracht. Die kwamen terecht in de natte continu. Hier werden bakken met water verwarmd tot zestig, soms zelfs tachtig graden. De grove lint werd verwerkt tot draden die de spinsters op bobijnen sponnen.

De natte continu was het vuilste en zwaarste werk in de fabriek. De temperaturen liepen er door de stoom heel hoog op, de arbeidsters stonden constant in het water, eigenlijk in de modder, en het lawaai was oorverdovend.

Door het constante natte werk kregen de arbeidsters veel fysieke problemen. In de winter vroren hun kleren aan hun lijf op weg naar huis. Velen kregen ook last van schimmels, vooral aan de voeten.
Een volkslied uit de 19e eeuw beschrijft de omstandigheden in de natte continu:


DE MARTELARESSEN DER CONTINUES

1. WIE IN DE CONTINUES DEN VOET NOG NIMMER ZETTE,
GEEFT ZICH GEEN DENKBEELD NEEN, HOE ALLES STEEDS DAAR WAS,
BIJ ’T RADERWERK DAT REEDS ZOO MENIG’ HAND VERPLETTE
VERPEST U NOG DEN GEUR, DE DAMP VAN ’T KOKEND VLAS,
STELT U EENS VOOR DEN GEEST ’T GERUISCH DER MEKANIEKEN,
HET WATER, DAMP EN GEUR, EN G’ HEBT EEN KLEIN GEDACHT
WAT GROOT GEVAAR ER LIGT IN ONZE VLASFABRIEKEN,
HOE MENIGE JONGE MAAGD TEN GRAVE WERD GEBRACHT.

2. HET ZIJN DE CONTINUES DIE GOUD STEEDS MOETEN SCHEPPEN
VOOR HEM DIE, VER VAN DAAR, IN SIERLIJKEN SALON,
IN ZIJNEN ZETEL LIGT. GEEN WOORDJE MOOGT GIJ REPPEN,
DIE NIMMER MET UW ZWEET FORTUINEN VOOR HEM WON.
AL ’T WERK GEBEURT DAAR STAAG, JA, ONVERPOOSD AL DRAAIEN,
’T IS ENKEL IN DEN NOOD DAT MEN EENS STILLE LEGT:
“EEN MEISJE INGEDRAAID!” DAT HOORT MEN DIKWIJLS KRAAIEN,
“’T IS WEERAL ‘T ZELFDE SPEL,” MEER WORDT ER NIET GEZEGD.

3. GEEN HALFUUR OP EEN DAG HEBBEN ZIJ RUST, DE KINDREN,
DIE DAN OP ’T EIND’ DER WEEK ONTVANGEN VIJF, ZES FRANK,
WAARVAN MIJNHEER DAN NOG HET LOON TRACHT TE VERMINDEREN
DOOR BOETEN ONVERDIEND, ZIEDAAR DES RIJKEN DANK.
WIJ VRAGEN HET AAN ELK RECHTVAARDIG MENSCHENHARTE:
IS ZULKS GENOEG OM UW BEHOEFTEN TE VOLDOEN?
MISDADIGERS IN ’T GEVANG DIE LIJDEN MINDER SMARTE
EN KRIJGEN VOOR HUN WERK HET DAGELIJKSCH RANTSOEN

4. WAAROM LANGZAMERHAND TE WORDEN DOODGEMARTELD,
DOOR ’T SCHAAMTELOOZE RAS DER RENTESTRIJKERSKLIEK?
HEEFT ’T LANG GENOEG GEDUURD DAT ALS GE ALS DE PALING SPARTELT
TUSSCHEN DER GIERENKLAUW, O SLAVEN DER FABRIEK?
OP, VLASBEWERKERS, OP! VEREENIGT UWE KRACHTEN!
NEEN, GEEN LAMLENDIGHEID, MAAR MOED IN ONZEN STRIJD.
LAAT ONS DAN ONVERSAAGD EN FIER HET JUK VERACHTEN,
VEREENIGT U MET SPOED, ’T IS MEER DAN HOOGEN TIJD.

 

Milo vertelt:

Milo arriveerde begin jaren zestig in de Brugse Poort om te gaan werken in de fabriek. Hij kwam van de boerenbuiten, namelijk van Oostakker. Op zijn zestiende startte hij als spoelenaftrekker in de natte continu. De spoelenaftrekkers moesten de smurrie die in de aluminium bakken van de natte continu achterbleef opkuisen. Dat goedje stonk verschrikkelijk en ze hadden maar één kostuum voor de hele week. Milo stonk iedere avond verschrikkelijk, op den duur kroop de geur in de poriën. Als ze op zondag, hun enige vrij dag, weg gingen, dan konden de mensen al van kilometers ver ruiken dat de arbeiders van ’t vlas er waren.
Het hele gebeuren in de natte continu maakten een grote indruk op Milo, de jongen van den buiten. De vrouwen die er werkten waren door de hitte heel licht gekleed, bovendien plakten hun kleren door het vocht aan hun lichaam. Milo keek als zestienjarige de ogen uit zijn lijf! Als echte kwajongens gingen ze op hun buik liggen om onder de rokken van de meulevrouwen te kijken. Die moesten telkens als er een nieuwe bobijn op de machine werd gestoken op de toppen van hun tenen gaan staan…

Waterkanker

Een veel voorkomende ziekte bij de arbeidsters in de natte continue was waterkanker, die trof vooral de handen. De arbeidsters rijten hun handen open aan de haakjes waar de draden over lopen, deze wonden ontsteken, waardoor men open zweren krijgt aan de handen, die later gezwellen worden.

De natte continues

Men haagt of reept, men bindt en rot.
Het vlas.
Men spreidt, men keert, men raapt, men knot.
Het vlas.
Men zwingelt, hekelt, rokt en spint.
Men haspelt, kookt, men spoelt, bobijnt.
't Werkt hier alles door 't vlas.

A LA VAPEUR, DAT HEET PROGRES!
"Liederen van de industriële revolutie"


Moeder heeft het zwaarste werk
van ons allemaal.

Moeder werkt aan de natte continu’s in de Grote Lys. Daar werken bijna uitsluitend vrouwen. Ze dragen lichte kleren, want het kan daar vreselijk warm worden. Soms wel 40°C. Dat komt omdat de vlaswieken door heet water worden getrokken. Dat water is een stinkende bruine pap, van het vlas en ook van de olie waarmee de cilinders worden gesmeerd. Omdat het in de fabriekszaal zo warm is, druppelt condensatie van de zoldering in haar hals. Met haar handen schept ze slijk uit de voorbakken. Dat smijt ze op de grond, die voortdurend onder water staat. Ze draagt een jutezak op haar buik om zich te beschermen tegen het opspattende water. Ze heeft al sporen van waterkanker op haar handen en vingers. Ze draagt ook een haarnetje om niet met het lange haar in de machines verstrikt te geraken. Dat is verplicht. Vorig jaar is immers bij een jong meisje niet alleen het haar, maar ook de hoofdhuid afgerukt doordat ze bij het bukken in de machine draaide.
Tegen de avond is moeder helemaal vuil en beslijkt en kan ze niet eens de handen wassen, want er zijn geen wastafels. In de winter moet ze met kletsnatte kleren en stinkende handen in de ijzige koude naar huis. Haar kleren vriezen vast aan haar lichaam en moeten bij thuiskomst voorzichtig worden losgeweekt. Anders trekt ze haar huid stuk. Veel arbeiders krijgen longaandoeningen, omdat de temperatuursverschillen tussen buiten en binnen zo groot zijn. Haar baas is een echte katholiek.
Wanneer moeder begint te werken, wordt er eerst gezamenlijk een gebed opgezegd. En aan iedere arbeidster die hij op zondag in de kerk ziet, geeft hij de volgende dag een gratis maal.
Tijdens de middagpauze blijft ze altijd op de fabriek. Soms speelt er iemand op een mondmuziekje. Dan is het feest in de werkzaal. Er wordt gedanst en gezongen, tot de baas binnenkomt. Moeder heeft het zwaarste werk van ons allemaal. (een verhaal van Jef - MIAT)

 

 

Een redevoering van E. Anseele in de Kamer der Volksvertegenwoordigers op 25 januari 1895 gaf uitleg over de continuzalen:

“De vlaswieken moeten koken om gesponnen te worden. Het water waarin zij koken wordt door de doom gewarmd en de dampen, die de bakken uitwerpen zijn zo hevig en zo dik, dat de spinsters op een afstand van 2 tot 3 meters elkaar niet zien. Druppels water vallen van het plafond op de naakte hals der spinsters, van de spinmolens wordt het slijk op hen geworpen... dikwijls staan de meisjes barvoets in dit slijk. Een grote hitte heerst in de zalen”.

Schrijfster Virginie Loveling (1836-1923) na een bezoek aan de natte continu:

"En nu naar de continus… Meisjes met blode halzen, armen tot aan de oksels naakt, korte rokjes, blode benen en… bloot niet allen maar alles nat, druipend, stonden of sliepen ze daar, in sterk machienengedruisch, aan hun slaventaak bezig. Het oog wordt ook nat bij zulk een hartbrekend schouwspel. ‘De hel’ had Anseele gezeid… Ja, het was de hel in al haar akeligheid.”

Schrijver Achilles Mussche (1896-1974) over de natte continu:

"Het is er zo laag als in een hol en de spinmolens staan opeengeperst, geen zestig centimeter vaneen; het is er laag en broeiend heet en vochtig van het kokende water, waarin de vlaswieken liggen te stinken en waar onophoudelijk dampen uit walmen, dat men elkaar op een drie meter afstand niet meer ziet. En midden in al die verhitte nattigheid en 't lawaai van de razende machines en de walgelijke stank en de dikke mist, daar lopen waarachtig wezens heen en weer. Zijn dat wel mensen? Het zijn vrouwen en kinders, meest vrouwen en kinders, de vrouwen en kinders van de natte spinnerij. Zij werken daar blootvoets, druipend nat."
(1950 Aan de Voet van het Belfort)

Natte continu

Logo bij' DVG       logo thuis in je buurt      logo Miat   Ambrosia's tafel