La Lys

 


Brugse Poorten

Ex-werknemers La lys bij opening Brugse Poorten
Ex-werknemers La Lys bij opening Brugse Poorten


opening Brugse Poorten

Met het project 'Brugse Poorten' willen De Vieze Gasten het textielverleden van de wijk Brugse Poort tot leven roepen.

De hele buurt werkte een half jaar lang aan meer dan honderd gigantische doeken, die werden opgehangen tussen de pijlers van 77 Brugse Poorten. 'We lieten ons inspireren door inpakkunstenaar Christo, die ooit meer dan honderd oranje vlaggen liet wapperen in Central Park'.

Met het project willen De Vieze Gasten twee dingen bereiken. 'We belichten het rijke verleden van de Brugse Poort met de vele textielfabrieken, maar daarnaast willen we ook de huidige kleurrijkheid van de wijk in de verf zetten.

De 77 poorten en de meer dan 100 vlaggen die daartussen hingen, vormden samen een grote tunnel door het Groene Valleipark. Die locatie is niet toevallig gekozen', want vroeger stond hier de Groote Lys, de gigantische vlasspinnerij.

Verschillende organisaties en scholen, maar ook gewone buurtbewoners en individuele kunstenaars mochten hun eigen doek ontwerpen en vertellen zo een verhaal over wat er leeft in de Brugse Poort.

Na maanden gezwoeg van meer dan 600 mensen (!) was het zover: de feestelijke opening vond plaats tijdens de Groene Vallei Feesten, zaterdag 28 mei.

Die opening werd extra leven ingeblazen door enkele zeer vrolijke fanfares, waaronder de Gentse Murga’s ‘Pom O’dorie’ en ‘Komen en Gaan’ en onze eigenste, eigenzinnige Propere Fanfare.

 

Radio 2 over Brugse Poorten:

 

 


Ex-werknemers La Lys bij opening Brugse Poorten


 

 

Vive la vie.

Een zevental weken reeds vertoeft ge dagelijks in het park in de buurt.
Eerst bouwt ge 77 poorten van wilgenhout. Vervolgens hangt ge meer dan 100 vlaggen op waaraan meer dan 600 bewoners maandenlang genaaid en geschilderd en geknutseld hebben. Een lust voor het oog. Dan zorgt ge voor het dagelijks onderhoud. Een oneerlijk gevecht tegen regen en wind.

Heel die tijd zwerft ge door dat park en komt ge ze tegen.

De bezoekers.
Bezoekers die met opgeheven hoofd de tijd nemen om poort na poort te bekijken.
Ze wijzen, knikken en glimlachen.

De honden en hun baasjes.
Die baasjes met hun honden wandelen.
Ze nemen de tijd, geen van beide gehaast. Ze blijven af en toe staan bij een vlag. Maar ze zijn meest geïnteresseerd in andere honden en hun baasjes.
Ge geniet samen van de zon of schuilt dicht bij elkaar onder een afdak als de regen neer gutst. Ge klapt over koetjes en kalfjes.
“Toch schoon en spijtig dat ze het weeral moeten kapot maken,” terwijl ze naar een van de vele bordjes wijzen die aan diggelen zijn geklopt.
“Ach, het valt wel mee.”

De onderhoudsploeg.
Die mannen en vrouwen doen geduldig en professioneel hun werk.
“Wat mag dat toch betekenen die poorten. Want het is wel lastig grasmaaien, zo rond die palen.” Hij luistert als ge het idee uit de doeken doet: “Wijs. Interessant.”
Die van Ivago blijven onversaagd opruimen. Alleen achter dat ene heuveltje achter die ene bank vertikken ze om op te ruimen. Op die manier kan iedereen a.h.w. zien wat er gebeurt als ze hun werk niet zouden doen: beschamende rotzooi.
“Merci voor de opkuis.”
“Graag gedaan en sorry van die poort, we namen onze bocht wat kort.”
“Geeft niets, zo gerepareerd.”

De drinkers.
De drinkers vertoeven bijna heel de dag in het park.
Plastiek zak bij de hand met daarin een veilige voorraad halve liters. Kaiser Beer. Ze drinken en discussiëren voluit. Als het een keer warm is en ge een biertje wil kopen krijgt ge het “gratuit”.
“Schol, a votre santé.”
We klinken.

De kleine vandalen.
Trekken aan vlaggen, duwen poorten scheef, slaan bordjes stuk: dat is wat kleine vandalen doen.Ge ziet ze niet maar ze zijn er wel.
Ge mompelt koppig bij uzelf: “Nie pleuje. Toch niet voor kleine vandalen!”
Dus ge herstelt de vlag, trekt de poort recht en hangt nieuwe bordjes.

De fietsers.
De fietsers pendelen. Op weg naar huis, naar het werk, naar ergens.
Ze kijken naar de doeken. Vluchtig, kwestie van niet van de paadjes te sukkelen.Ze zwaaien, steken een duim op, roepen dat het goed is.
“Dat het mooi is.”

De bankzitters.
De bankzitters lezen boeken. Ze vragen geïnteresseerd naar de bedoeling van dit alles. Na krap twee en een halve zin uitleg nemen ze het gesprek over.
Zes minuten later kent ge hun levensverhaal: beroertes, arbeidsongevallen, OCMW, sollicitaties. Het leven zoals het is, op een bank in de zon in een park, midden op een werkdag.

De man.
De man en zijn onafscheidelijk blikje bier in de hand.
Zijn duim gaat omhoog: “Alles oed?” Dan is het blik leeg. Hij verdwijnt en verschijnt minuten later met een vers blik.
“Alles oed.”

De vrouw.
Ze is er. Dag en nacht. Iedereen weet dat, niemand kent haar. Ze praat niet.
“Hungry?” Ze schuift mee aan aan de picknick. Woordeloos. Ge zet u dagelijks enkele minuutjes naast haar. Zwijgend.
Twee mannen vallen haar lastig. Ge moet tussenbeide komen. “Thank you!”

Het mannetje met de pet.
“Mooi, proficiat!”
“Dank u.”
“Is jan Hoet al geweest?”
“Euh…”
“Neen natuurlijk. Er hangt geen Christo tussen of geen Alechynski. Dan zou hij wel komen.”
“Tja…”
“Maar dat is niet erg. Dit is hier voor ons. Ik geniet er van, elke keer als ik hier passeer. Mooi, fantastisch, proficiat.”
“Graag gedaan.”

“Et alors?”
Een van de drinkers, breed glimlachend.
“Je peux vous aider. Demain. Hoe laat?”
“Morgen? Onze heurers?”
“Ik zal er zijn, vrijwillig. Mon ami, ge kunt op mij rekenen.”
“Merci.”

“’t is niks. Vive la vie.”
Zo leeft iedereen zijn leven in dat park met de poorten.
Nog een week. Ik mis ze nu al.

Mark.


Logo bij' DVG       logo thuis in je buurt      logo Miat   Ambrosia's tafel<